Bij het heilige Vormsel ‘beaamt’ de vormeling de doopbeloften die de (peet-)ouders indertijd bij het doopsel van hun (pete-)kind hebben uitgesproken. Door de handoplegging en de zalving ontvangt de vormeling de heilige Geest. Met het vormsel wordt de initiatie in het geloof die in het doopsel begonnen is en met de H. Communie voortgezet is, voltooid en wordt men gesterkt van de (zevenvoudige) gave van de H. Geest om een leven van geloof, hoop en liefde te lijden in verbondenheid met Christus en Zijn Kerk. De datum voor de (clusterbrede) vormselviering wordt jaarlijks in overleg met de vormheer (de bisschop of diens vicaris) vastgesteld. Evenals bij de eerste Heilige Communie gaat aan het ontvangen van het Vormsel een voorbereidingstraject van enkele weken vooraf.